Weblog

Weber 3.0 van WRR: allemaal meedoen?

26 juli 2012

‘Hoe kunnen beleidsmakers burgers beter betrekken ?‘ Aldus de centrale onderzoekvraag van het WRR-rapport Vertrouwen in Burgers. Een vraag met een enorme valkuil vanwege voor de hand liggende aanbevelingen: beter luisteren, geduld betrachten, respect tonen voor de kennis van  burgers en daar  dan de eigen overheidstrajecten van beleids- en maatschappelijke  participatie op inrichten. Gelukkig stapt de WRR over de valkuil heen.  Zij ziet een nieuwe overheid  –Weber 3.0- voor zich die bottom up aansluit op  initiatief uit de samenleving.  Kan dit ook een impuls zijn voor een maatschappij waarin iedereen mee kan doen?

De WRR richt zijn oog vooral  op het maatschappelijk initiatief dat steeds vaker wordt genomen door burgers  zonder daarvoor uitgenodigd te zijn door de overheid. Het levert spanningen op met het bestaande bureaucratische top-down model dat die overheid hanteert (levering van overheidsdiensten en voorzieningen zonder aanziens des persoons aan de hand van objectief vastgestelde criteria). Simpel gezegd het maatschappelijk initiatief past daar eigenlijk niet in. Het is verantwoordelijk voor de bekende spanningen tussen leef- en systeemwereld, waar elke actieve burger wel voorbeelden van kan noemen.

Om dit maatschappelijk initiatief te laten groeien en bloeien is een heel andere overheid nodig: van Weber 1.0 naar Weber 3.0 aldus de WRR . Weber 2.0 –de huidige hiërarchische praktijk in combinatie met grens(koker)overschrijdende programma’s met  ruimte voor ambtenaren– is ontoereikend. Bij Weber 3.0 gaat de zaak op zijn kop. De overheid sluit aan  en geeft ruimte aan maatschappelijk initiatief –het ‘zooitje ongeregeld’-  maar stelt wel kaders. Het accent komt daarmee ook te liggen op een overheid die er niet is om voorzieningen te realiseren, maar die de burger oproept en kansen biedt om mee te doen.

Wat betekent dit voor het perspectief van alle burgers op de kans om mee te kunnen doen. Een uiterst relevante vraag. De praktijk van de Big Societyfilosofie die als inspiratiebron genoemd kan worden voor het WRR-rapport wordt immers bekritiseerd vanwege de vergroting van ongelijkheid. Vooral hoger opgeleiden en sterke gemeenschappen kunnen participeren. Het maakt eerder het verschil tussen burgers met veel en burgers met weinig sociaal kapitaal en gemeenschappen met veel sociale veerkracht en weinig sociale veerkracht groter.  En wat blijft er over voor de onderkant? De nieuwste voorstellen van Res Publica, de Big Society denktank, zijn nu om het leger in te zetten om hen sociale vaardigheden bij te brengen…..

De WRR zoekt het vooral in frontlijnwerkers die maatschappelijke participatie van groepen bevorderen en in plaats komen van uitvoerders van top-down beleid. Zij fungeren vooral bij groepen en in wijken zonder trekkers en verbinders binnen de gemeenschap zelf, als externe verbinders die proberen groepen of buurten te laten aanhaken. Dan is wel de primaire vereiste dat zij ruimte om buiten de bestaande kokers van instellingen en met rugdekking van bestuurders kunnen opereren. En daar ziet de WRR een belangrijk probleem. ’Niettemin woedt de discussie over het verbreden van kerntaken voort. Daardoor blijven frontlijners onzeker over de mate waarin zij als verbinders bruggen mogen slaan in hun dagelijkse wisselwerking met minder toegeruste en zich naar binnen kerende burgers.’

Een andere mogelijkheid om gelijkheid in de kans om mee te doen na te streven is het doen van een appel op burgers met veel sociaal kapitaal. Die mogelijkheid vinden we niet expliciet terug in het rapport.  Burgers met veel sociaal kapitaal kan gevraagd worden rekening te houden met en bij te dragen aan de positie van burgers met minder sociaal kapitaal. Een goed voorbeeld hoe dat in de praktijk kan werken geeft Fung (Emowered Participation, 2006) die de door de lokale overheid georganiseerde participatieve democratie in Chicago beschrijft. Door inzet en kennis van burgerkracht te combineren met politie-inzet is men er daar in geslaagd om de criminaliteit in veel buurten terug te dringen. Burgers kunnen op openbare bijeenkomsten (beats) hun problemen prioriteren.  Hoog opgeleide burgers worden opgeroepen bij te dragen aan de oplossing van problemen van de laag opgeleide burgers in plaats van hun eigen-vaak minder grote- probleem hoger op de agenda te zetten. Die wijze van stimulering van maatschappelijke inzet is wat mij betreft te verkiezen boven het sec repareren van ongelijkheid door inzet van professionals en voorzieningen daar waar de sociale veerkracht tekort schiet.

Hoewel een dergelijke expliciete inzet is in ‘Vertrouwen in  Burgers’  niet is terug te vinden zijn er wel handvatten. In algemene zin spreekt het rapport  over realisering van dwarsverbindingen tussen groepen en het bepleit de buurt als kader te relativeren.  Naar een stad als Amsterdam vertaald zou dit betekenen dat je de energie en kracht van verschillende groepen en buurten  met elkaar kunt verbinden. Denk bijvoorbeeld aan de social media generatie (#durftevragenmethodiek) die aan de slag gaan met allochtone zelforganisaties. Denk bijvoorbeeld aan mensen die binnen de ringweg wonen en activiteiten opzoeken buiten de ringweg (Nieuw West en Zuidoost en in Noord.

‘Vertrouwen in de Burger’ eindigt met een gloedvol betoog in de richting van beleidsmakers: het gaat om visie, rugdekking en vonk. Zij moeten daarmee de verandering naar Weber 3.0 realiseren om de burger ruimte en vertrouwen te geven.  Instituten zullen zich moeten schikken, zodat frontlijnwerkers met voldoende rugdekking binnen een brede visie meters kunnen maken bij groepen en buurten die niet vanzelfsprekend mee kunnen doen. Dat biedt des te meer kans op de vonk als op burgers onderling het appel wordt gedaan sociaal kapitaal te verbinden met en tussen groepen en buurten.  Zo heeft iedereen wat aan Weber 3.0.

Reageer

2 Reacties

  1. [...] on stadinbeweging.nl Share this:E-mail Pin ItVind ik leuk:LikeBe the first to like [...]

  2. Lex Bezemer says:

    Sluit perfect aan op de ideeën rond het Rotterdammergericht werken en H2O in Rotterdam.