Projecten

De Voedselbank Amsterdam: van Uitdeelpunten naar Doe het Samenhuizen?

Jaar: 2010 | Opdrachtgever: Voedselbank Amsterdam

De Voedselbank Amsterdam is gericht op hulp aan mensen die door een combinatie van inkomen en schulden, met een enorm laag inkomen te maken hebben. De problemen zijn vaak groter: mensen verkeren in isolement, lam geslagen door de problemen  en missen veel vaardigheden. In diverse stadsdelen zijn er op de zogenaamde uitdeelpunten veel ‘spontane’ activiteiten die een op ondersteuning en empowerment gericht effect hebben op de klant. Zo worden diverse klanten vrijwilliger, nemen zij samen met lotgenoten initiatieven of verlenen zij onderlinge diensten. Deze activiteiten heeft Stad in Beweging geïnventariseerd en zij heeft nagegaan hoe zij versterkt kunnen worden.

Duw in de rug van de Voedselbank

Vaak gaat het bij de Voedselbank om mensen die in schulden zitten en zeer veel moeite hebben met het effectief volgen van een schuldhulptraject. Zo’n traject vereist veel discipline, sturing en motivatie. En daar ontbreekt het nu juist  aan. Bovendien is het zelfvertrouwen klein en het isolement groot.  De Voedselbank Amsterdam heeft het Meer Dan Voedsel alleen programma, gericht op activering en positieverbetering van de klant. Er wordt al gewerkt met Maatjes en het trainingsprogramma Op Eigen Kracht. De ambiance van de voedselbank kan dan een flinke duw in de rug betekenen en mensen juist activeren in plaats van ‘pamperen’. Dit wordt nog versterkt door de ’spontane’ activiteiten op de uitdeelpunten.

Inventarisatie: hoe veel initiatief en hoe versterken?

Piet van Diepen inventariseerde als bestuurslid van de Voedselbank Amsterdam de verschillende spontane initiatieven in de uitdeelpunten. Hij kwam daar tegen dat klanten vrijwilliger werden, dat men onderling lotgenoteninitiatief neemt (van informatiebijeenkomsten tot samen naar de kapperopleiding voor een gratis knipbeurt) en dat men ook tot ruil kom van diensten en vaardigheden (als ik voor jou een taart bak, wil jij dan op mijn hondje passen ?). Uitbreiding daarvan kan een belangrijke activerende werking hebben voor een grotere groep. De belangrijkste knelpunten zijn tijd en ruimte. Veel vrijwilligers staan nu al elke week voor een grote taak en bovendien zijn veel ruimten maar voor een dagdeel per week beschikbaar.

Van uitdeelpunt naar doe-het samenhuizen: een pilot

Een mogelijke volgende stap is het in gang zetten van pilots waar deze knelpunten worden opgelost. De uitdeelpunten worden omgezet in plaatsen waar allerlei vormen van samenwerking met en tussen klanten plaatsvinden: idealiter een doe-het- samenhuis. Vanuit het adagium ‘meedoen’ kunnen klanten hun eigenwaarde versterken, hun positie verbeteren. Het besef dat zij er niet alleen voor staan-door hulp van vrijwilligers en lotgenoten-geeft mensen (naar het voedselpakket) een duw in de rug.  Er wordt nu gewerkt aan een plan, waar ook andere (vrijwilliger)organisaties  bij betrokken worden.